Achttiende-eeuwse Sint-NicolaasIn de recente discussie rond Zwarte Piet nemen de achttiende-eeuwers een  bijzondere positie in: zij kenden de knecht namelijk helemaal niet. In die tijd zwierf Sint-Nicolaas als eenling door het land. En de zak droeg hij zelf… Wat er verder gebeurde die avond, vinden we eigenlijk niet terug in de archieven. We hebben alleen het bijzondere prentje uit het Rijksmuseum, waarop Sinterklaas een rare kobold lijkt te zijn… Hoe zagen de Nederlanders in de achttiende eeuw de goedheiligman? En zagen ze überhaupt wel een knecht aan zijn zijde?

Sint-Nicolaas

Hoewel de oorsprong van het feest nog steeds in nevelen is gehuld, weten we wèl dat het sinds de zestiende eeuw gevierd werd. Dat gebeurde echter heel anders dan in de 21e eeuw. Het feest was van oorsprong een heiligenverering, maar werd steeds volkser, waar met name de kerkvaders zich zwaar aan ergerden. Kinderen werden getrakteerd en er werden feesten, markten en kermissen, zoals rond veel heiligenfeesten. Dan schonken jongeren elkaar harten van suikergoed en speculaas. Ook de banketletter dateert uit die periode, hoewel er ook sprake is dat die stamt van de kloosterkoeken, dus uit de echte heiligenfeesten.

Sinterklaas van Rooms-Katholiek naar volks

Zogenaamde Nicolaasbroederschappen (religieuze genootschappen) organiseerden rond dit feest processies, missen en maaltijden. De Rooms-katholieke kerk kon de processies natuurlijk nog waarderen, maar verzette zich tegen de volkse uitingen van het Sint-Nicolaasfeest. Na de reformatie maakten de dominees zich ook sterk voor een verbod: het vermaak en de traktaties waren allemaal veel te werelds. Maar Sint-Nicolaas bleef bestaan.

Van boeman naar bisschop

En dat geldt ook voor de achttiende-eeuw: Sint-Nicolaasfeesten werden gewoon gevierd en de lekkernijen en cadeaus nog steeds uitgedeeld. Sint-Nicolaas was echter nog niet de bisschop die aankwam met de stoomboot. Toen de elite in de steden zich ging bemoeien met het feest (vanaf 1750) werd de geheimzinnige schenker van snoepgoed een boeman die kinderen met zachte of harde hand probeerde te kneden tot nette burgers. Dat laatste kunnen we dan nog wel waarderen. Maar qua imago stellen we de bisschop meer op prijs.

Geen Zwarte Piet bij Sinterklaas

Op de zeldzame afbeelding van het Sint-Nicolaasfeest uit onze tijd (bron: Rijksmuseum), is de Sint te zien als een duistere kobold, met een muts en een zak met speelgoed. Geen mijter, geen schimmel en… geen Zwarte Piet. Dat zijn allemaal uitvindingen uit de negentiende eeuw, vooral dankzij Jan Schenkman en zijn burgerlijke toevoegingen aan de originele onderdelen. Hoewel we dit duistere plaatje van de gulle gever minder waarderen dan dat van de goedlachse bisschop, zijn we blij met één gegeven: geen Zwarte Piet in de achttiende eeuw bespaart ons ook de idiote discussies. Maar goed: wellicht hebben wij weinig recht van spreken, vanwege de positie van de zwarte medemens in die tijd. Dat verdient wellicht nog eens een eigen artikel.

Meer weten?

Wil je meer weten over die interessante tijd tussen 1780 en 1795? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van prenten, publicaties en wetenswaardigheden over deze vijftien jaar met prinsen en patriotten. Geen reclame of promoties, maar al het nieuws tussen 1780 en 1795, elke maand gemakkelijk in je inbox.