Dat we vandaag verloren van de Duitsers op het voetbalveld, brengt bij Prins en Patriot vervelende herinneringen naar boven. Ook wij hebben onze geschiedenis met verlies tegen de Duitsers te maken gehad. Dat wil zeggen: hun voorgangers. In onze tijd bestond dat Duitsland uit Pruisen, Hannover, Munster, Brunswijk en uit die lappendeken trokken veel “Duitsers” richting onze lage landen, als gastarbeiders avant la lèttre en ze werden met open armen ontvangen zolang ze maar presteerden. Maar de relatie met onze oosterburen op hoger niveau was vaak nauwer dan de meeste inwoners wilden.

Ludwig Ernst hertog  Van Brunswijk-WolfenbüttelHertog van Brunswijk

Een goed voorbeeld van een langgedoogde Duitser is de zelfbenoemde adviseur van onze stadhouder Willem V, de Hertog van Brunswijk. Deze man had zich een prominente plaats verworven in regentenkringen. Hij was lang de rechterhand van onze stadhouder Willem V. In 1759 werd hij ‘besturend voogd’ van de minderjarige Willem, na het overlijden van diens moeder Anna van Hannover. Toen Willem in 1766 zelf stadhouder werd, stelde de Hertog met de Rijkspensionaris (een soort minister-president) de Acte van Consulentschap op. Daarmee behield Van Brusnwijk een flinke vinger in de pap in de Republiek, die hem ook nog eens 400.000 gulden opleverde. Toen dit uitkwam in 1784 waren de dagen van de gehate hertog geteld. Hij werd achtereenvolgens ontheven van al zijn taken en droop af naar zijn geboortegrond, om nooit meer een rol van betekenis te spelen in de Nederlanden.

Wilhelmina van Pruisen

Zo zijn er meer Duitsers uit onze periode waar we vervelende herinneringen aan hebben. Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van de stadhouder, werd door de helft van de bevolking aanbeden en door de andere helft uitgekotst. Terwijl haar man zich nog verborg in Nijmegen voor de patriottische opstand in het westen, liet zij zich naar Den Haag rijden. Ze kwam tot aan de Goejanverwellesluis. Maar haar intocht in Den Haag nadat de patriotten verjaagd waren, was triomfantelijk.

Staatse leger aan Duitse grenzen

In 1794 vielen de Fransen ons land binnen. In 1793 hadden we ze nog verdreven, maar dat zou nu niet lukken. De officieren en enkele manschappen van het Staatse leger vluchtten naar… Duitsland. In 1795 probeerde prins Frederik van Oranje-Nassau een Staats legertje op de been te brengen aan de grens met Duitsland. Het doel was de Bataafse revolutie te keren. In 1799 deed zijn oudere broer Willem het met behulp van de Engelsen en Russen nog eens dunnetjes over. In Embden wachtte hij zijn kans af om Gelderland en Overijssel binnen te vallen. Maar die kans kwam niet.

Handel, familierelaties en militaire geschiedenis ten spijt, de relatie met Duitsland was in onze tijd moeilijk. Daarom verbaast het ons niks, dat voetbalgedoe. Onze geschiedenis is doordrenkt van Duitse inmenging en dubbele belangen. Deat wreekt zich op het voetbalveld. Geloof ons: de haat-liefdeverhouding komt echt niet alleen door de oorlog van 70 jaar geleden.